Techniek

De basisuit­rust­ing van de boomk­wek­er­ij omvat inno­vatieve machines en een groot machinepark. Spe­ciale rooima­chines of eigen uitvin­din­gen (de gietrand­ma­chine, de maaibalk en bind­ma­chines) zor­gen voor een voorzichtige behan­del­ing van de planten. GPS-ges­tu­urde plant­ma­chines mak­en een effi­ciënte plan­ning en imple­men­tatie van de werk­stap­pen mogelijk.

Het machinepark omvat ook de ultra­mod­erne “kluiten­spies”, die samen met diverse draagvo­er­tu­igen wortelk­luiten van 40 tot 250 cm ver­vo­ert. Dit gebeurt tot acht keer per boom. Op deze manier kan de boom ver­plant wor­den naar een andere plek en daar nieuwe fijne wor­tels vor­men. De kluit­doeken van jute en de draad­man­den van snel rot­tend mate­ri­aal lev­eren hier­bij ook een posi­tieve bij­drage. De jute en draad­man­den wor­den tij­dens het planten niet ver­wi­jderd, waar­door de kluit niet uit elka­ar valt. Dit bevordert boven­di­en de vorm­ing van nieuwe vezel­wor­tels. De wor­tels wor­den tij­dens het ver­plant­i­ng­spro­ces automa­tisch doorgesne­den. Dit zorgt voor een sterke en krachtige groei van de wor­tel. Regel­matige selec­tie, ver­plant­i­ng en snoei berei­dt de bomen voor op een snelle en duurzame groei nadat ze op de plaats van bestem­ming zijn geplant.

Al bij het aan­planten van nieuwe bomen op het veld spe­len veel fac­toren een rol. Een goede voor­berei­d­ing van de stand­plaats is cru­ci­aal voor een opti­male groei van de plant. Hier­door kan deze tot op hoge leefti­jd verder gek­weekt wor­den. De bodemgesteld­heid en de omstandighe­den diep onder de grond zijn essen­tieel voor een goede groei. Boomk­wek­er­ij Lap­pen kiest een voor de bodem logis­che kweekvol­go­rde. Braak­liggende grond en bloeiende stro­ken hebben hier­bij in toen­e­mende mate een posi­tief effect op planten en dieren.

Op dit moment staan er op meer dan 10 hectare bomen en planten in bloei. Steeds vak­er wor­den tagetes (Afrikaan­t­jes) en zand­haver gebruikt tegen aalt­jes. Het gras tussen de rijen lev­ert een wezen­lijke bij­drage aan de bodem­struc­tu­ur. Daar­naast biedt het gras in com­bi­natie met de groenbe­mest­ing bescherming tegen bodemmoeheid.

Dankz­ij het duurzame con­cept wordt er aanzien­lijk min­der stik­stofhoudende mest gebruikt (max. 19 tot 27 kg puur N per ha). De boomk­wek­er­ij ziet ook volledig af van fos­forbe­mest­ing. Het doel is om de uit­spoel­ing van voed­ingsstof­fen door bemest­ing zo laag mogelijk te houden, zodat het milieu er niet onder lijdt. De boomk­wek­er­ij voort de tal­rijke bode­m­analy­ses uit. Bij de eval­u­atie wordt gebruik gemaakt van de eigen exper­tise en jaren­lange ken­nis op het gebied van bemest­ing. Daar­naast raad­pleegt het bedri­jf ook externe experts.

Een ander duurza­am pro­ces is de selec­tieve irri­gatie vanu­it tank­vat­en, wat zorgt voor een ver­laagd water­ver­bruik. Opper­vlak­ten ter grootte van wel 40 hectare wor­den bewa­terd aan de hand van mod­erne druppelirrigatie.

Lappen’s MPS-cer­ti­fi­caat toont aan dat het bedri­jf bij­zon­dere aan­dacht besteedt aan milieu­vrien­delijke pro­duc­tieprocessen, een laag grond­stofver­bruik en duurzaamheid.